Om dit te voorkomen, stellen wij een heldere voorwaarde: geen arbeidsmigratie zonder goede huisvesting. Gemeenten moeten zorgen dat er gecertificeerde woonplekken zijn voor minimaal 70% van de arbeidsmigranten die in de gemeente (komen) werken. Daarbij wordt rekening gehouden met lokale verschillen in economische activiteit en vraag naar personeel.
De resterende 30% wordt op regionaal niveau verdeeld, onder regie van de provincies. Zo blijft de verantwoordelijkheid in de eerste plaats lokaal, maar wordt de druk eerlijk verspreid en wordt overbelasting voorkomen. Dit systeem voorkomt niet alleen dat mensen zonder fatsoenlijk verblijf naar Nederland komen, maar maakt het ook mogelijk om huisvesting te plannen waar deze het meest logisch en haalbaar is.
Centraal in deze aanpak is het gebruik van gecertificeerde huisvesting: duidelijke kwaliteitsnormen, periodieke inspecties en het garanderen van voldoende ruimte, privacy en voorzieningen. Of iemand nu kort of langer blijft, fatsoenlijke woonomstandigheden zijn essentieel voor gezondheid, veiligheid en welzijn.
Met deze verdeling van verantwoordelijkheid – lokaal én regionaal – maken we arbeidsmigratie beter beheersbaar. We houden grip op aantallen, kwaliteit en locaties, en zorgen ervoor dat vakmensen die ons land vooruithelpen ook daadwerkelijk een plek hebben waar ze tot rust kunnen komen.



