Een dergelijk aantal komt niet willekeurig tot stand: boven deze grens neemt de mogelijkheid om bewoners en de omgeving goed te begeleiden sterk af. Zeker bij tijdelijke bewoning is het belangrijk dat er voldoende overzicht, veiligheid en contactmomenten zijn.
Om dat te kunnen doen, moet er altijd een beheerder aanwezig zijn bij locaties vanaf 250 bewoners – 24 uur per dag, 7 dagen per week. Dit is essentieel is voor het soepel laten verlopen van het dagelijks leven op zo’n locatie. Een beheerder kan vragen beantwoorden van bewoners én omwonenden, zorgen tijdig signaleren en het wooncomplex draaiende en netjes houden. Kortom: (minstens) een beheerder kan een fijne en veilige omgeving voor iedereen in stand houden.
De aantallen zijn bovendien afhankelijk van de directe omgeving. In een dorp met 1.600 inwoners is het onrealistisch om een complex voor 1.000 arbeidsmigranten te plaatsen. Daar ligt een logische bovengrens eerder tussen de 250 en 275 bewoners, zodat de verhoudingen in de gemeenschap in balans blijven. In gebieden met relatief weinig woningbouw en veel economische activiteit – zoals het Westland – kan een groter complex tot 1.000 personen juist passend zijn.
In het geval van ongewenste verkamering, kunnen gemeenten de Verhuurvergunning op basis van Wet goed verhuurderschap inzetten om dit tegen te gaan. Door dit te koppelen aan de groei van locaties voor internationale medewerkers, komen meer woningen beschikbaar voor de reguliere woningmarkt.
Met deze aanpak houden we huisvesting van arbeidsmigranten beheersbaar, passend bij de schaal van de omgeving en met voldoende aanwezigheid van professionele beheerders. Zo ontstaat een woonomgeving die niet alleen functioneel is, maar ook georganiseerd, veilig en prettig voor de mensen die er tijdelijk verblijven en hun buren.



