Volgens Nijenhuis zit het echte probleem niet in de komst van arbeidsmigranten, maar in de manier waarop deze instroom wordt georganiseerd. Hij stelt dat Nederland behoefte heeft aan structureel beleid waarin niet alleen het beperken van de instroom centraal staat, maar juist ook de manier waarop bedrijven omgaan met de noodzaak van extra arbeidskrachten. Bedrijven zouden, waar mogelijk, meer moeten investeren in automatisering en het aantrekken van binnenlandse medewerkers, in plaats van uitsluitend te leunen op goedkope buitenlandse arbeid.
Daarnaast wijst Nijenhuis op het belang van eerlijke huisvesting en duidelijke integratieregels. Alleen door migratie zorgvuldig en sociaal verantwoord te organiseren, kan de druk op buurten en voorzieningen worden verlicht en maatschappelijke acceptatie worden vergroot.
In zijn betoog komt ook de hypocrisie aan het licht in de publieke opinie: zolang buitenlandse arbeidsmigranten onzichtbaar werk verrichten dat anderen liever mijden, lijken ze geaccepteerd. Maar zodra ze concurreren op de arbeidsmarkt of zichtbaar worden in de samenleving, neemt de weerstand toe.
Het commentaar is daarmee een pleidooi voor doordachte, menswaardige en toekomstgerichte beleidskeuzes, waarin economische noodzaak en sociale cohesie hand in hand gaan.



