Kuba (26) uit Polen werkt als voorraadmanager in een logistiek warenhuis.
Kuba (26): “Welkom zijn betekent voor mij dat je elkaar op gelijke manieren behandelt.”
Kuba: “Welkom zijn betekent voor mij dat je elkaar op gelijke manieren behandelt.”
Vanuit Polen naar Nederland
Kuba is in 2022 via een uitzendbureau naar Nederland gekomen. Door de COVID-pandemie was het lastig om in zijn eigen land, Polen, werk te vinden. Op aanraden van zijn Poolse collega’s is hij op zoek gegaan naar een andere werkplek en kwam zo dus in Nederland terecht.
“In het begin had ik er weinig moeite mee dat ik iedereen in Polen achterliet. Via het internet spreek ik ze namelijk regelmatig. Na een tijdje begon ik wel meer gemis te voelen en wilde ik mijn moeder bezoeken, maar dat is natuurlijk niet zomaar mogelijk als je in een ander land zit,” vertelt hij. Gelukkig ziet hij zijn familie wel nog meerdere keren per jaar: zijn moeder komt af en toe naar Nederland en Kuba gaat tijdens zijn vakanties vaak terug naar Polen.
Toen hij net in Nederland aankwam, was de grote hoeveelheid fietsen het eerste dat hem opviel. “Eerst vond ik het heel handig, die fietsen. Maar nu ik meer autorijd, zijn al die fietsen op de weg soms echt wel irritant,” lacht Kuba. “In Polen was fietsen een hobby, maar in Nederland is het meer een vervoersmiddel. Als je fietst, heb je niets aan je gewone leven. Hier heeft hij zelf ook ervaring mee: zijn allereerste supermarktavontuur bleef hem altijd bij. De dichtstbijzijnde supermarkt zat op 8 kilometer afstand en zonder fiets is boodschappen doen toch wel echt een dagtaak. “Toen waren de fietspaden wel erg fijn. In Polen had ik nooit over een weg zoals deze durven lopen, waar de auto’s met snelheden van 90 km/u langsrijden, maar dankzij de fietspaden was het toch nog veilig.”
Een nieuw thuis
Het thuisvoelen in een ander land is toch nog wel een uitdaging. “Thuis is voor mij meer dan een plek waar ik slaap. Het is een plek waar je je veilig voelt en waar je niet bang bent dat je er ineens weg moet.”
In de afgelopen jaren heeft Kuba op meerdere KaFra-locaties gewoond, ook doordat hij tussendoor tijd terugging naar Polen. Wat hem geholpen heeft, is dat iedere KaFra-locatie dezelfde standaard hanteert. “Hierdoor weet je wat je kan verwachten. Daarbij staan de Welfare Officers altijd voor je klaar om je te helpen, dat maakt het allemaal een stuk makkelijker aan het begin.” De gezamenlijke ontmoetingsplekken helpen om in contact te komen met medebewoners, al zou hij wel graag meer in contact willen komen met andere Nederlanders. “Dat mis ik soms. Als je alleen maar met andere Polen omgaat, wordt het moeilijker om echt te integreren.”
Als we hem vragen wat hij mist uit zijn thuisland, zijn dat vooral kleine dingen. “De winkels zijn daar langer open, maar ik miste in het begin vooral dat je weet hoe het land werkt. Denk aan het zorgsysteem en het krijgen van medicijnen: dat is hier heel anders dan in Polen. Nu weet ik dat ik de huisarts moet bellen voor bepaalde medicijnen, die ik in Polen gewoon bij de apotheek die op iedere hoek zit, kan halen.” Dit zijn ook de dingen waar hij als internationale medewerker het meeste mee heeft geworsteld toen hij in Nederland ging wonen en werken.
Wel voelt Kuba zich welkom in Nederland: de tweede keer dat hij naar Nederland kwam, werd hij door een winkelmedewerker in het Nederlands begroet. “Dat gaf me het gevoel dat ik niet beoordeeld werd op het feit dat ik een buitenlander ben. In een ander land voel je je toch snel een buitenstaander, vooral als je de taal niet spreekt. Wel ben ik bezig met Nederlands leren, maar het is een moeilijke taal en heel veel verder dan een simpel gesprek kom ik nu nog niet.” Zelf probeert hij mensen te behandelen als ieder ander, ongeacht welke afkomst. “Voor mij betekent welkom zijn dat je op gelijke manieren behandeld wordt. Dus ik doe dat ook als ik iemand voor het eerst ontmoet.”
Het leven als internationale medewerker
De grootste reden om naar Nederland te komen, was om zo veel mogelijk geld te sparen en zo uiteindelijk meer mogelijkheden te creëren in Polen. Dit veranderde al snel: “Ik kwam erachter dat het voor mij niet maakt waar ik woon, maar juist hoe ik leef.” Nadat Kuba terugging naar Polen, realiseerde hij dat er in Nederland misschien meer kansen voor hem waren. Dit motiveerde hem om terug te komen. “Inmiddels heb ik via het uitzendbureau verschillende diploma’s kunnen behalen voor het bedienen van logistieke machines. Het uitzendbureau zorgt ervoor dat ik nooit problemen heb gehad met het vinden van een baan of het leren van nieuwe dingen: zij komen naar mij toe met de vraag of ik nieuwe dingen wil leren. En dat wil ik natuurlijk altijd.”
Kuba werkt bij een warenhuis binnen de logistieke sector als voorraadmanager. Hierbij is hij verantwoordelijk voor het draaiende houden van de verschillende processen en dus ook het oplossen van problemen als deze processen vastlopen. “Het leukste vind ik dat ik het gehele proces mee mag maken en niet alleen zware dozen aan het verplaatsen ben. Zo leer ik iedere dag nieuwe dingen en zorgt dat voor veel voldoening.” In Polen was werk en boksen een plek waar hij veel verdiende, maar in Nederlands werk ziet Kuba een plek om te groeien als persoon. “Ik kan hier groeien als mens en werken naar nieuwe mogelijkheden die ik in de toekomst misschien ga krijgen. Ik denk dat dit voor iedereen herkenbaar is, ongeacht welk werk je doet.” Hij benadrukt dat het belangrijk is om je perspectief te kunnen veranderen en om te zien hoe je verandert als persoon. “Mijn hele wereldvisie is veranderd door in Nederland te werken.
De toekomst
Het ideale leven van Kuba speelt zich niet af in een specifiek land. “Mijn grootste droom is het beste leven hebben dat mogelijk is."
Zo lang ik niet het idee heb van: ‘ik moet vandaag wakker worden en werken, anders ben ik voor de rest van mijn leven de sjaak’, is het goed. Het bereiken van vrijheid voor mezelf, op de manier die ik wil: dat is mijn droom.” Zijn grootste motivatie om dit te bereiken, zijn vrienden in Polen die al op dit punt zitten.
“Iedereen is tevreden met andere dingen. Voor mij persoonlijk is het genoeg om mezelf te onderhouden en zo een beetje te kunnen genieten van het leven. En als dat doel nog niet bereikt is, ga ik ervoor zorgen dat ik dat wel kan bereiken. Het is belangrijk om één doel te zetten en hier naartoe te werken, in plaats van allemaal verschillende doelen door elkaar proberen te bereiken.”
Als hij iets mag meegeven aan de lezer, is het dat mensen de stereotypen over internationale medewerkers los moeten laten. “Ik snap dat dit lastig is, want we zijn met velen. Maar het is belangrijk om te weten dat een stereotype niet voor niks een stereotype is: we zijn allemaal maar mensen. Praat met ons en leer ons kennen, behandel ons zoals je zelf behandeld zou willen worden en ga pas na deze ontmoeting oordelen.”