Onder leiding van moderator Paul ’t Lam gingen Wim Reedijk van Expertisecentrum Flexwonen, Bart Verlegh van Bluehub en Peter Smit van de VNG met elkaar in gesprek over de rol van flexwonen, nieuwe onderzoeksinzichten en de verantwoordelijkheid van gemeenten. De urgentie werd direct duidelijk: er is te weinig passende huisvesting voor arbeidsmigranten, waardoor reguliere woningen in veel gemeenten worden gebruikt voor kamergewijze bewoning. Volgens de besproken schattingen gaat het landelijk om 50.000 tot 80.000 verkamerde woningen. Tegelijkertijd is er, mede door hogere kwaliteitseisen en de aanbevelingen van de commissie-Roemer, behoefte aan een forse uitbreiding van goede woonruimte voor internationale medewerkers.
Een belangrijk onderdeel van de sessie was de presentatie van onderzoek van Bluehub en Peil.nl, uitgevoerd in opdracht van KaFra Housing. Daaruit blijkt dat Nederlanders niet tegen de huisvesting van arbeidsmigranten zijn, maar wel kritisch kijken naar het structureel inzetten van reguliere gezinswoningen voor verkamering. 71% van de Nederlanders vindt dat verkamerde gezinswoningen waar mogelijk moeten terugkeren naar de reguliere woningmarkt. Daarbij geeft een groot deel aan dat dit vooral kan wanneer er goede alternatieve huisvesting beschikbaar is voor de huidige bewoners.
De uitkomsten laten volgens de sprekers zien dat het maatschappelijke draagvlak voor verandering aanwezig is, mits de oplossing zorgvuldig wordt georganiseerd. Niet alleen overlast of parkeerdruk kwamen aan bod, maar ook het risico van huisjesmelkerij, het verdienmodel achter ongewenste verkamering en het effect op de beschikbaarheid van woningen voor starters, gezinnen en urgent woningzoekenden. De kernboodschap: het probleem is niet de arbeidsmigrant, maar het ontbreken van voldoende professionele alternatieven.
Daarmee kwam de Bed-voor-Bedgedachte nadrukkelijk terug in het gesprek. Eerst moeten voldoende goede, professioneel beheerde woonlocaties worden gerealiseerd. Pas daarna kunnen gemeenten effectief handhaven op ongewenste verkamering in reguliere woonwijken. Die volgorde is essentieel: zonder alternatief leidt handhaving vooral tot verschuiving van het probleem, terwijl nieuwe short- en midstaylocaties juist lucht kunnen geven op de woningmarkt.
Ook de rol van gemeenten stond centraal. Volgens de sprekers zijn de instrumenten steeds meer aanwezig, onder meer via wetgeving en gemeentelijke bevoegdheden, maar stokt de uitvoering vaak bij vergunningstrajecten, locatiekeuzes en bestuurlijke moed. Peter Smit benadrukte dat gemeenten keuzes moeten durven maken: met welke partners werk je samen, waar sta je ontwikkeling toe en hoe organiseer je vertrouwen richting inwoners?
Een terugkerend punt was dat arbeidsmigratie zich niet beperkt tot één gemeente. De huisvestingsopgave vraagt daarom om een regionale aanpak. Gemeenten, provincies, huisvesters, werkgevers, uitzendbureaus, woningcorporaties en het Rijk moeten samen optrekken. Alleen dan kunnen locaties worden gevonden, procedures worden versneld en kan de stap worden gezet van discussie naar uitvoering.
De oprichting van de Vereniging Huisvesting Internationale Medewerkers (VHIM) werd in dat licht gezien als een kansrijke ontwikkeling. De vereniging kan bijdragen aan professionalisering, transparantie en een sterkere ketenaanpak. Vanuit de sessie klonk de oproep om als professionele huisvesters met een open en transparante benadering richting gemeenten te laten zien welke kwaliteit, beheersing en maatschappelijke waarde zij kunnen bieden.
De belangrijkste highlights van de sessie waren helder: er is brede steun om verkamerde gezinswoningen waar mogelijk terug te brengen naar de reguliere woningmarkt, maar dat kan alleen wanneer er voldoende alternatieve huisvesting beschikbaar komt. Gemeenten hebben een sleutelrol in het aanwijzen van locaties en het versnellen van besluitvorming. Professionele huisvesting voor arbeidsmigranten is daarbij geen losstaand vastgoedvraagstuk, maar een noodzakelijke voorwaarde om de woningmarkt beter te laten functioneren.
De slotboodschap vatte de middag krachtig samen: vertrouwen en bouwen. Vertrouwen tussen gemeenten, huisvesters, werkgevers en samenleving. En bouwen aan concrete, goed beheerde woonoplossingen die arbeidsmigranten fatsoenlijke huisvesting bieden én bestaande woningen weer beschikbaar maken voor reguliere bewoning.



