Die woonbehoeften zijn diverser dan vaak wordt gedacht, en ze kunnen ook binnen doelgroepen variëren. Zo verschillen de woonwensen van arbeidsmigranten bijvoorbeeld, afhankelijk van hun verblijfsduur en werksituatie.
Maar luisteren beperkt zich niet tot de doelgroep. Ook gemeenten, omwonenden en ondernemers moeten gehoord én serieus genomen worden. Daar knelt het, bijvoorbeeld bij de huisvesting van arbeidsmigranten.
Want waar het overleg tussen ABU en het ministerie steeds beter verloopt – mede doordat ze elkaar na anderhalf jaar aan gesprekken steeds beter zijn gaan kennen, stokt de samenwerking op lokaal niveau vaak door wantrouwen dat ontstaat door negatieve beeldvorming naar aanleiding van misstanden in de sector.
Een nieuwe impuls komt er via de Wet regie op volkshuisvesting. Deze wet moet gemeenten aansporen hun verantwoordelijkheid te nemen voor de huisvesting van arbeidsmigranten, los van politieke ruis of sentimenten.
Kortom: zonder écht te luisteren naar alle betrokkenen, ontstaat beleid dat mooi oogt maar weinig oplost. Alleen via dialoog en gedeeld begrip kunnen woonvormen ontstaan die aansluiten bij de praktijk.



