Daarom investeert Rabobank bijvoorbeeld in collectieve woonvormen waarbij mensen hun woonomgeving samen vormgeven. Volgens Daniek draait het niet alleen om stenen, maar om het bouwen aan gemeenschappen waarin mensen elkaar versterken. Gemeenten tonen hierin steeds meer interesse.
Esmée onderstreepte dat haar medewerkers – schoonmakers – een cruciale rol kunnen spelen in die gemeenschappen. Zij komen letterlijk achter de voordeur en signaleren wat er leeft. CSU ziet hen niet als uitvoerders, maar als mensen met kennis, empathie en impact. Diezelfde medewerkers kunnen ook binnen collectieve woonvormen bruggenbouwers zijn – de “superhelden van de toekomst”.
Trekken we die conclusie naar andere beroepen dan wordt snel de meerwaarde van, pak ‘m beet, huisartsen, psychologen, arbeidsmigranten, loodgieters, dakdekkers en IT’ers binnen een collectieve woonvorm helder.
Kortom: in een wooncrisis heb je niet alleen beleid nodig, maar ook lef. Lef om nieuwe woonvormen te omarmen, om mensen centraal te zetten, en om anders te denken over wie bijdraagt aan oplossingen. Juist door doelgroepen te combineren en betrokkenen ruimte te geven, ontstaan woonconcepten die wérken – voor mens én gemeenschap.



